Stichting Bezinning Orgaandonatie SBO
Header

We zijn geen grabbelton

juli 30th, 2013 | Posted by admin in Artikelen orgaandonatie | Donor ja of nee | Orgaandonatie argumenten

Désanne van Brederode © 2012

De televisiespotjes voorafgaand aan de Olympische Spelen waren duidelijk: niets is makkelijker dan aangeven dat je je organen na je dood beschikbaar stelt voor transplantatie. Atleten als Rea Lenders en de Vrouwen Acht trainden verbeten, maar met een tablet achteloos in de hand – om zichzelf, tussen sierlijke sprongen of roeislagen door, op de website JaofNee.nl als donor aan te melden.

De kijker begreep: wie registratie nu nog nalaat, is een luie en vooral onsportieve egoïst. Die niet eens snapt dat dit nu een gul gebaar betreft, dat zich nooit zal laten voelen. Niet in je portemonnee, noch aan enig litteken achteraf. Zelfs bloed afstaan is pijnlijker. En wie bij leven een nier wil doneren, zet echt wat op het spel. Maar een overledene zal tegenslagen, zoals het afgestoten worden van het gegeven orgaan, niet hoeven meemaken.

Wat weerhoudt mensen nog?

Geregeld klinkt het voorstel, onlangs nog vanuit D66, om burgers automatisch als orgaandonor te registreren, waardoor alleen ferme tegenstanders hun bezwaren, door middel van uitschrijving, kenbaar hoeven maken. Te denken valt aan christenen die geloven in lichamelijke wederopstanding op de Jongste Dag, of spirituele mensen die menen dat ziel en geest ook na het sterven nog losjes met het lichaam verbonden blijven en tijd nodig hebben om uit het ondermaanse op te stijgen naar ijlere oorden; een proces dat wordt bemoeilijkt als het lichaam al als onbezield materiaal wordt opgevat, én dienovereenkomstig aangevat.

Overigens valt onder deze laatste groep nog een wereld te winnen, denken neurowetenschappers.
Spectaculaire Bijna-Dood-Ervaringen, waarbij het bewustzijn uit het lichaam treedt, zijn immers eenvoudig te verklaren als effecten van kortsluiting in een beschadigd brein. Niet minder en niet meer. Dus zeker geen bewijs van andere werkelijkheden dan de stoffelijke, laat staan van een geestelijk voortleven na de dood.
En toch. Juist als deze redenering klopt, is het curieus dat mensen die beweren iets waargenomen te hebben nadat ze door deskundigen hersendood waren verklaard, worden gecorrigeerd met de uitspraak: ‘Kijk, dan zit dáár de fout, en was u waarschijnlijk niet hersendood, maar in een toestand van zware coma.’ Op welke gronden werd dan eerder wel hersendood vastgesteld?
Hoe exact is de exacte wetenschap?
Het lijken onbelangrijke vragen, zeker voor wie vindt dat het leven in het hierNUmaals al complex genoeg is. Echter, het hersendoodcriterium speelt ook een belangrijke rol bij orgaandonatie.

Willen lever, nieren, longen, alvleesklier, dunne darm, hoornvlies en hart nog bruikbaar zijn, dan moet de donor wél al hersendood, maar nog niet helemaal dood zijn; de andere organen moeten kunstmatig worden doorbloed en nog zodanig functioneren dat ze hun activiteit, hoe minimaal ook, kortstondig buiten het vertrouwde lichaam, en later op volle kracht in het nieuwe gastlichaam kunnen voortzetten.

Iedere seconde telt. Dus ook die seconden waarin chirurgen moeten beslissen of transplantatie mogelijk is en of er onmiddellijk mag worden geopereerd.

Natuurlijk gelden hiervoor protocollen, die streng worden gehandhaafd.

Maar kent ieder ziekenhuis dezelfde criteria?

Wat gebeurt er met een donor die in het buitenland verongelukt?

Op de genoemde website is alle informatie te vinden, tot en met het meest recente hersendoodprotocol, zoals dat in Europa grotendeels wordt nageleefd. Maar precies dat woordje ‘grotendeels’ roept vragen op.

Dat geldt ook voor de interviews met nabestaanden op de site. Hieruit leer je dat registratie niet doorslaggevend is, maar dat een kundige coördinator overleg heeft met de familie alvorens er tot transplantatie (of niet) wordt overgegaan. Er is voor hen bovendien goede begeleiding tot lang na de uitvaart.

Maar hoe verhoudt een opmerking als: ‘Pas na iemands dood wordt gekeken of hij of zij zich ooit als donor heeft aangemeld’ zich tot het gegeven dat men alleen iets kan aanvangen met organen van een hersendode die kunstmatig in leven wordt gehouden? Kennelijk wordt geen post mortem-situatie bedoeld. Is dat ook verteld aan de geëmotioneerde familieleden wier toestemming zo gewenst was? En begrepen zij de subtiele maar belangrijke verschillen wél meteen?

Zelfs als er geen bewustzijn buiten onze hersenen bestaat, en we inderdaad uitsluitend ons brein zijn, is een mensenleven met meer verbonden dan een hoopje zachte grijze cellen. Hoewel onzichtbaar voor het oog, is het nauw verbonden met de levens van anderen.

Iemands dood is nooit van hemzelf alleen, en dat geldt ook voor zijn stoffelijk overschot.
Verwanten willen erbij kunnen zijn als ‘hun’ dode nog net niet helemaal morsdood lijkt. Als de deur met een zachte schok of zucht in het slot wordt getrokken, of anders op het eerste moment daarna. Doodgaan is het meest passieve work in progress denkbaar, er lijkt niets aan te beleven – maar de dierbaren willen iedere trilling in zich opnemen. Als spionnen die van één of ander geheim document alle codes proberen te onthouden, alsof hun leven ervan afhangt.

Kersverse nabestaanden zijn soms verbaasd over de veranderingen die een ontzield lichaam in de loop van een paar etmalen nog kan ondergaan; diep ingevallen wangen krijgen hun vlezigheid weer terug, samengeknepen, blauwige lippen ontspannen en er lijkt zelfs een glimlach te verschijnen. Zwellingen verdwijnen, wonden lijken kleiner, vager; alsof de natuur ze vakkundig wegschminkt, om te verhinderen dat de allerlaatste, soms macabere beelden de toegang tot eerdere mooie herinneringen blokkeren.

Kan dit nog beleefd worden wanneer de gestorvene eerst het materiaal van wildvreemde anderen is, een grabbelton waaruit wordt weggenomen wat het meeste van pas komt?

Het kan een hoopgevende, troostrijke gedachte zijn, dat er na je dood nog iets tastbaars van je voortleeft.

Maar hoe gaan je nabestaanden om met de wetenschap dat er nog een deel van jou functioneert, en dit dan ook nog eens heel intiem, in het binnenste van een onbekende ander?

Is deze persoon dat vitale deel van jou wel waard? Betreft het iemand die iets bijzonders van zijn of haar bestaan probeert te maken, die er een zelfde visie en leefwijze op nahoudt?

Een enkele keer proberen nabestaanden van een orgaandonor in contact te komen met de ontvanger en diens familie. Of omgekeerd. Makkelijk wordt het ze niet gemaakt. Terwijl de pogingen kunnen leiden tot een ontroerende ontmoeting, waarin naast dankbaarheid plaats is voor eerlijke, meerduidige gevoelens – bij beide partijen. Zowel de Nederlandse als de Vlaamse televisie zond daar reeds documentaires over uit.

Maar hoe gewoon, of juist: hoe zeldzaam zijn zulke geslaagde ontmoetingen?

Tegelijk is er de terechte vraag in hoeverre niet ook organen een zeker vaag geheugen hebben, omdat ze zijn gaan ‘staan’ naar bepaalde neigingen en gewoonten, voedingsmiddelen, bewegingspatronen, dag- en nachtritmes en emotionele impulsen?

In de film 21 grams uit 2003, van regisseur Alejandro Innáritu (de titel verwijst naar het verschil in gewicht tussen een levend en een dood lichaam, en zou aldus het gewicht van de ziel zijn) is er de wiskundige die na een levensreddende harttransplantatie op zoek gaat naar de weduwe van zijn donor. Ze raken schoorvoetend bevriend, er ontstaat een verhouding, maar als de man onthult dat hij gered is dankzij het hart van de in een verkeersongeluk omgekomen geliefde, voegt dit geen romantiek toe. Integendeel. Dat het hart van haar gestorven echtgenoot haar zelfs over de dood heen trouw is, raakt de weduwe amper. Teleurstelling overheerst: de nieuwe man is niet zelf verliefd op haar geworden, maar louter speelbal van het reeds voorgeprogrammeerde donorhart.

Begrijpelijk dat neurowetenschappers om dit product van de verbeelding zullen lachen.

Maar hoe onvoorstelbaar ook: het acteerwerk is zo levensecht, dat je jezelf toch opeens concrete ‘Wat zou ik zelf doen als…’ vragen stelt. Je verzint nieuwe scenario’s, en belandt in een gesprek dat je voordien vermeden hebt, of veilig abstract hebt gelaten. Bijvoorbeeld in de overtuiging dat we met z’n allen steeds ouder worden, en een lever van iemand van 86 waarschijnlijk toch niet meer bruikbaar is.

‘Als je ooit zelf een nieuw hart nodig hebt, hoop je toch ook dat iemand Ja heeft ingevuld?!’ Het werd in de spotjes ditmaal niet opgemerkt. Hoe terecht deze scherpe vraag ook is, iedere wervingsactie die mensen die niet meedoen op voorhand diskwalificeert, miskent het principe van keuzevrijheid.

Deze miskenning schuilt bovendien ook in de aanprijzing ‘Snel & Simpel’, terwijl bij zulke belangrijke keuzes een gezonde twijfel best mag worden aangemoedigd.

Liever geen: ‘Tussen de bedrijven door’ , maar ruimte voor bezinning.
(Zoals is aangeboden op het congres op vrijdag 9 november 2012 in Amersfoort. Zie www.orgaandonorjaofnee.nl)

Hoog tijd dat potentiële donoren voor vol worden aangezien, door ze ook openhartig te informeren over onderzoek, onzekerheden en onduidelijkheden in het hersendoodprotocol. Pas dan kunnen mensen een afgewogen keuze maken, samen met hun naasten. Niet al monddood gemaakt door morele oordelen vooraf, maar goed getraind.

Dit artikel verscheen op 20 oktober 2012 in De Volkskrant:

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/3334522/2012/10/20/We-zijn-geen-grabbelton.dhtml

Désanne van Brederode studeerde filosofie en is schrijfster.
Naast haar romans, waarin ze de tijdgeest op de hielen zit, schrijft Van Brederode ook artikelen en houdt ze lezingen over levensbeschouwelijke onderwerpen. Sinds 2006 verzorgde zij enige jaren regelmatig een gesproken column in het televisieprogramma Buitenhof. In 2007 won ze de Gerard Walschap-Prijs. Onlangs publiceerde zij een bundel essays en lezingen onder de titel: ‘De ziel onder de arm. Over aandachtig leven’.

You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 You can leave a response, or trackback.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

  • Terugbelverzoek

  • Aanbevolen

    Abele Reitsma over orgaandonatie

    Abele Reitsma over orgaandonatie

    Family7 interviewt Abele Reitsma over orgaandonatie in het programma Uitgelicht. Een interview voorbij ja of nee, voor of tegen: “Orgaandonatie en transplantatie vind ik heel mooi en knap, maar tegelijk onnatuurlijk.

  • Onderzoek en kennisoverdracht op basis van respect

    De Stichting Bezinning Orgaandonatie (SBO) bevordert onderzoek en kennisoverdracht inzake:

    ► sociale, psychologische, ethische, medische en juridische aspecten van orgaandonatie en transplantatie,
    ► het bewustzijn gedurende het stervensproces en de behoeftes van stervenden,
    ► het hersendoodcriterium,
    ► ervaringen van mensen die een donororgaan hebben ontvangen en
    ► ervaringen van mensen die bij leven een orgaan hebben afgestaan.

    Op basis van voortschrijdende kennis en techniek wil SBO een evenwichtig wetenschappelijk en juridisch klankbord bieden voor een periodieke herijking van de medische en maatschappelijke uitgangspunten van orgaandonatie waaronder medische protocollen, keurmerken en certificeringen en met name het hersendoodcriterium.

    SBO organiseert symposia en expertseminars om kennis en bewustwording onder zowel professionals als het publiek te vergroten.

    Uitgangspunt bij dit alles is het respect voor donoren, naaststaanden en ontvangers en hun respectievelijke materiële en immateriële behoeftes.

    In plaats van werving op basis van marketingcommunicatie, kiest SBO voor een individuele, vrije, bewuste en weloverwogen keuze van burgers op basis van evenwichtige, objectieve informatie met voldoende diepgang.

  • Categorieën