Stichting Bezinning Orgaandonatie SBO
Header

Hartslag en bloeddruk stijgen als uitname-operatie begint

januari 25th, 2016 | Posted by admin in Actieve donorregistratie | Artikelen orgaandonatie | Hersendood | Orgaandonatie argumenten

Ger Lodewick © Westerbroek 2 december 2015 op de Opiniepagina van Trouw, pagina 23.

Govert de Hartogh kopieert zonder enige reflectie de misleidende terminologie ‘stoffelijk overschot’ uit de wet op de orgaandonatie (Trouw 28-11). “Na je dood heb je niets meer aan je organen” meent Den Hartogh. Als het zo simpel ligt, waarom halen we dan niet veel meer organen uit talrijke stoffelijke overschotten? Om de eenvoudige reden dat een orgaandonor geen stoffelijk overschot is.

Den Hartogh zwijgt wijselijk over de grondslag van postmortale orgaandonatie: hersendood. Iemands hersenen zijn zwaar beschadigd, terwijl zijn lichaam nog uitstekend functioneert. Dit kan maanden worden volgehouden. Een hersendode leeft en in mijn boek ‘Wat je over orgaandonatie zou moeten weten’ beschrijf ik 20 tekens van leven die laten zien dat er geen sprake is van een stoffelijk overschot. Ik noem hier de meest in het oog springende: de lichaamstemperatuur is normaal; het hart klopt en stuwt het bloed door het lichaam; de patiënt wordt gevoed; hij kan hoge koorts ontwikkelen; hij krijgt medicijnen toegediend; wonden genezen; hersendode zwangere vrouwen brengen zelfs na drie maanden een levend kind ter wereld; wanneer de uitname-operatie begint, stijgen hartslag en bloeddruk significant. Als je een werkelijk stoffelijk overschot uit het mortuarium haalt en je gaat het beademen, gebeurt er niets en gaat het hart echt niet meer kloppen. Verschillende specialisten uit binnen- en buitenland beamen dit en wijzen hersendood af. De Duitse transplantatiechirurg Rudolf Pichlmayer schreef in een brief aan een oudervereniging van donorkinderen: “Als we de samenleving werkelijk volledig zouden voorlichten over orgaantransplantatie, krijgen we geen organen meer”. Stoffelijk overschot is een misleidende term die de feiten verbloemt, maar feiten houden niet op te bestaan door ze te negeren.

Het is prima om orgaandonatie wettelijk mogelijk te maken, maar geef dan volledige informatie die nodig is om een afgewogen keuze te kunnen maken. De voorgestelde wet van D66, is volkomen in strijd met dit beginsel. Zelfs de huidige wet geeft die informatie niet. Het valt niet te verdedigen dat een stervende mens tot een stoffelijk overschot wordt gedegradeerd en dat hierop de kreet ‘wie zwijgt stemt toe’ wordt losgelaten zoals Den Hartogh, D66 en anderen dat doen. Niet geïnformeerde mensen weten niet waarvoor ze kiezen, net zo min als hun familie die met de donatievraag wordt geconfronteerd. Compassie met een mens die aan orgaanfalen lijdt, is heel begrijpelijk. Het ontbreken van compassie met een mens die aan het sterven is en die vroegtijdig dood verklaard wordt om zijn organen te kunnen gebruiken, mag als onethisch en immoreel bestempeld worden.

Een wet op orgaandonatie is slechts te verantwoorden als deze volledige informatie garandeert zodat iedereen kan weten dat je organen worden weggenomen terwijl je nog leeft. In zo’n nieuwe wet dient de beslissing over orgaandonatie enkel en alleen te liggen bij het individu zelf. Enkel het individu heeft het onvervreemdbare recht te beslissen. Het registratiesysteem kan dan aanzienlijk vereenvoudigd worden: alleen diegenen die persoonlijke toestemming hebben gegeven worden erin opgenomen. We hoeven immers niet te weten wie niet wil. We hoeven dan ook de familie niet meer lastig te vallen met de vraag of iemand die niet geregistreerd staat, donor mag zijn. Dit recht heeft de familie niet en de overheid evenmin. Er is geen enkele morele verplichting om hardhandig in je eigen stervensproces in te laten grijpen en dit ondergeschikt te maken aan dat van iemand anders. “Heb uw naaste lief gelijk uzelf” is een oproep om je eigen en andermans stervensproces te respecteren.

Dit artikel verscheen op 2 december 2015 op de Opiniepagina van Trouw, pagina 23.

Ger Lodewick is auteur van ‘Wat je over orgaandonatie zou moeten weten’. Den Dolder, 2014, ISBN 9789079872763.

You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 You can leave a response, or trackback.

One Response

  • M. Stuyt says:

    Orgaantransplantatie is vivisectie, misdadig dus.
    Ben het met de vorige schrijvers roerend eens; er zijn ook spirituele argumenten om orgaantransplantatie niet toe te passen.
    Er moet volledige, juiste informatie voor de burgers komen maar dat zal wel nooit gebeuren want dan wordt een economisch zeer belangrijke medische “behandeling” met enorme belangen de nek omgedraaid.
    Ik sta geen organen af en hoef er ook geen te ontvangen.



Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Terugbelverzoek

  • Aanbevolen

    Abele Reitsma over orgaandonatie

    Abele Reitsma over orgaandonatie

    Family7 interviewt Abele Reitsma over orgaandonatie in het programma Uitgelicht. Een interview voorbij ja of nee, voor of tegen: “Orgaandonatie en transplantatie vind ik heel mooi en knap, maar tegelijk onnatuurlijk.

  • Onderzoek en kennisoverdracht op basis van respect

    De Stichting Bezinning Orgaandonatie (SBO) bevordert onderzoek en kennisoverdracht inzake:

    ► sociale, psychologische, ethische, medische en juridische aspecten van orgaandonatie en transplantatie,
    ► het bewustzijn gedurende het stervensproces en de behoeftes van stervenden,
    ► het hersendoodcriterium,
    ► ervaringen van mensen die een donororgaan hebben ontvangen en
    ► ervaringen van mensen die bij leven een orgaan hebben afgestaan.

    Op basis van voortschrijdende kennis en techniek wil SBO een evenwichtig wetenschappelijk en juridisch klankbord bieden voor een periodieke herijking van de medische en maatschappelijke uitgangspunten van orgaandonatie waaronder medische protocollen, keurmerken en certificeringen en met name het hersendoodcriterium.

    SBO organiseert symposia en expertseminars om kennis en bewustwording onder zowel professionals als het publiek te vergroten.

    Uitgangspunt bij dit alles is het respect voor donoren, naaststaanden en ontvangers en hun respectievelijke materiële en immateriële behoeftes.

    In plaats van werving op basis van marketingcommunicatie, kiest SBO voor een individuele, vrije, bewuste en weloverwogen keuze van burgers op basis van evenwichtige, objectieve informatie met voldoende diepgang.

  • Categorieën